Pers

Bent u journalist? Dan kunt u contact opnemen met Pim van Konijnenburg op pim@brinkenvankeulen.nl


Brink & van Keulen in het nieuws:

Het Parool 2010

Amsterdam, vrijdag 11 juni 2010

Er vloeit weer koper bij Brink & Van Keulen

Te dichtbij komen is gevaarlijk. En bloedheet. Maar kopergieter André Sjoers is erop gekleed. Een soort Starwarshelm op het hoofd en een zilverkleurig beschermend jack plus dito laarzen garanderen zijn veiligheid.

Het is twee uur ’s middags. De oven in de grote werkruimte aan de Generatorstraat heeft de 1400 graden bereikt. Tijd om te gieten. Het gloeiendhete vloeibare messing wordt uit de dampende oven geschept en direct in een mal gegoten, die is aangestampt met Brusselse aarde, een mengsel van zand en klei. Stevig spul, dat je in je handen bijna als klei kunt kneden.

Zo nu en dan druipt er wat van de hete smurrie op de grond. Vlammetjes vonken op. Niks aan de hand. Stagiair Wout Peters staat klaar om met extra handjes aarde het vuur te doven.

Zo’n dertien ornamenten voor klassieke kroonluchters worden er vandaag gegoten. Want daarin is de kopergieterij van Sabine Brinken haar nieuwe partners, vader en zoon Pim en Frans Konijnenburg, gespecialiseerd. Een eeuwenoud ambacht, legt Brink trots uit. “Wij gieten hier op een manier zoals dat vier eeuwen terug ook al gebeurde. Je giet als het ware in de aarde. We zijn de laatsten die in Nederland zo werken.” Brink spreekt met passie over het ambacht. “Ik heb het mooiste vak ter wereld.”

Al giet ze niet zelf. Dat wilde ze wel, vroeger. Maar haar vader, met wie ze jarenlang in Haarlem gieterij Brink & Van Keulen runde, zag daar weinig in. Gieten, dat was iets voor mannen. Hard, zwaar werk. “Daar had hij ook wel gelijk in.”

Bijna was de naam Brink & Van Keulen definitief verleden tijd geweest. In november 2008 sloten de deuren van het familiebedrijf. De recessie, de veranderende markt & de zaken werden er niet florissanter op. Brink: “We waren niet failliet, maar het ging ook niet goed.” Verkocht men in de hoogtijdagen zo’n veertig kroonluchters per week, twee jaar geleden waren dat er nog maar drie. En het aantal kerken, waaronder zich de grootste opdrachtgevers bevonden, liep ook al terug.

Voor vader Willem (68) en dochter Sabine(40) leek het lot van het meer dan vijftig jaar oude familiebedrijf bezegeld. “Wrang,” blikt ze terug. Het was Sabines grootvader Egbert die er, samen met zijn goede vriend Leen van Keulen, mee was begonnen. Brink was eigenlijk stukadoor, Van Keulen zat in de bloembollen. Maar het kopergieten vonden ze kennelijk leuker. Eerst maakten de mannen versieringen op haardkleden, waarmee ze in dit geval kleden bedoelen die boven kolenkachels hingen; in de jaren vijftig specialiseerden ze zich in de kroonluchters.

Sabine Brink groeide op met het familiebedrijf, maar had toch nog wat andere baantjes voordat ze op haar 24ste definitief voor de gieterij koos. Met de sluiting in zicht moest ze opnieuw solliciteren. “Ik had eigenlijk alweer een baan, ook in de verlichting.” Maar toen kwam het telefoontje van Pim Konijnenburg, een oude bekende, die zich zorgen maakte over het verdwijnen van de gieterij. “Hij vond ook dat zo’n oud ambacht niet zomaar mocht ophouden en vroeg of ik met hem opnieuw wilde beginnen.

En zo werd een jaar geladen het pand Generatorstraat 17 betrokken. “Er was geen krachtstroom, er was geen gas. Ons personeel was er niet meer, onze machines waren verkocht. Een aantal, waaronder de oven, konden we terugkopen. Andere moesten nieuw worden aangeschaft.”

Sommige kantoorruimtes moeten nog steeds aangekleed worden; de showroom is nog in wording. Maar in de enorme werkruimte is alles op orde. Overal liggen mallen, de kasten met Brusselse aarde wachten er op hun vurige behandeling, onnodige uitstulpingen van ornamenten worden afgezaagd en bramen worden verwijderd.

In de polijstruimte werkt Peter Kortekaas de doffe uitstraling van een gegoten krulletje weg met razendsnel ronddraaiende linten schuurpapier. “Lijkt makkelijk, maar het is heel secuur werk,” zegtBrink. Eén foutje en het is voor niks. En nog gevaarlijk ook, je kunt door een wegspringend onderdeel worden getroffen. Kortekaas heeft er nog een litteken in zijn gezicht aan overgehouden. Maar dat is van lang geleden, zegt hij, zeker meer dan 35 jaar. Brink: “Peter kon al polijsten nog voor hij kon lopen.”

En sinds Kortekaas bij haar nieuwe bedrijf werkt, is hij ook gaan gieten. Net als Sjoers, die voor zijn nieuwe baan bij Brink & VanKeulen de kost verdiende als storings- en onderhoudsmonteur.

Het gieten leerden ze in de praktijk. “Daar bestaat geen opleiding voor,” zegt Brink. Je moet het gewoon in je vingers krijgen.

En zijn er dan nog vragen en/of problemen, dan is er altijd nog vader Willem Brink, gepokt en gemazeld in het ambacht. Met enige regelmaat is hij op de werkvloer te vinden. Sabine: “Het blijft toch een beetje zijn kind. En als we heel gedetailleerde dingen moeten weten, zoals ‘welk boortje hoort bij welk gaatje’, dan hoeven we hem alleen maar even aan te schieten.”

Gieten, slijpen, polijsten, vernissen om uiteindelijk de perfecte goudgele kroonluchterglans te krijgen; het is vrijwel allemaal handwerk. En er wordt vooral gewerkt met messing: koper met zink erbij. “Daar krijg je die mooie gouden kleur van.”

Het aanbod: kerkkronen, kroonluchters en wandkronen, van een omvang van 37 tot 230 centimeter. Met elektrische kaarsen of voor gewone. Een aantal pronkt glimmend, kant en klaar, achterin de werkplaats. Ietsje verderop hangt een aantal net geverniste ornamenten te drogen, als een soort wasgoed aan lijnen. Brink: “De druppels worden er heel zorgvuldig afgeveegd.”

Blijft de vraag of de markt in zo’n korte tijd weer voldoende is opgeleefd, zo kort nadat de oude gieterij in Haarlem gedwongen de deuren heeft moeten sluiten?

Brink en haar nieuwe team geloven er in elk geval enthousiast in. “Met mijn nieuwe compagnons gaan we nieuwe markten aanboren. Ook in het buitenland. Een marketingplan is in de maak. En behalve de kerken, die ons bijna allemaal kennen, zijn er natuurlijk nog veel andere monumentale panden waar onze luchters heel goed zouden passen.” Meer de boer op dus.

En naast het maken van de luchters zijn er de restauratieklussen; ze heeft er net een fikse bijgekregen. Voeg daarbij de vertrouwde naam van het bedrijf, “Ik heb die met opzet niet veranderd” en de doorstart van de gieterij moet lukken, gelooft het team.

Waar hangen er geen luchters van de gieterij? Brink: “Ze hangen in de Oude Kerk en in Ons’ Lieve Heer op Solder, waar we in verband met de verbouwing ook bezig zijn met het opnieuw maken van lampen die er vroeger hingen.” Ook in de Nieuwe Kerk en de naamgenoot daarvan in Delft zijn diverse exemplaren te bewonderen.

Brink kent één kroonluchter die wel heel dikwijls aan restauratie toe is. Eens in de dertig, veertig jaar is normaal, maar ja, de kroonluchter van een Amsterdamse studentensociëteit in de Warmoesstraat leidt nu eenmaal geen normaal leven. Er worden, als geintje, wel eens champagnekurken op afgevuurd. Of men wil er wel eens vrolijk aan gaan hangen. Daar is de tere constructie natuurlijk niet geheel op afgestemd. “We hebben hem zo om de twee jaar wel weer in huis.”

Copyright: Corrie Verkerk